Fictie | Koning der Nachtmerries

Het maanlicht schijnt de kamer in en valt neer op het bed. In het bed ligt een meisje te slapen. In het maanlicht komen donkere kraaloogjes plots tot leven. Een pluchen beer van nog geen meter groot rekt zich uit en kruipt onder de arm van het meisje vandaan. Op verschillende plekken in de kamer is er opeens beweging.

Bron: Foto door Merlin Lightpainting (Pexels.com)

Met een zachte plof landt Teddy naast het bed. ‘Goed, jullie weten wat je te doen staat. Bescherm het kind te allen tijde.’ De stem van de beer klinkt zacht, maar vastbesloten. ‘Dames, heren en ander pluche… dit is onze laatste kans. Laat hem tellen.’ Een felgekleurde eenhoorn hinnikt en laat het hoofd zakken. ‘Begin in 3…, 2…, 1…,’ prevelt de beer.

Hij is nog niet uitgesproken als het raam met een klap tegen de muur open slaat. Gelukkig slaapt het kind er doorheen. Meteen wordt alles donker. Het nachtlampje naast de deur sputtert en valt uit. De plaksterren op het plafond kleuren zwart, alsof ze doorgebrand zijn. De Nachtmerriekoning is er!

‘Verdwijn, gespuis!’ De eenhoorn laat zijn hoofd hangen en rent recht op de indringer af. De Nachtmerriekoning haalt uit met een klauwachtige hand en met een doffe bons valt de eenhoorn in een hoek. Witte wolk-achtige vulling puilt uit drie grote wonden. Woedend geschreeuw komt van de kant van de knuffels. Ondertussen zijn de schaduwen van de Nachtmerriekoning tot aan het bed gekomen. Als het slapende kind besmet raakt met de dromen van de Koning is het gedaan, dan is de kracht die de pluchen dieren tot leven wekt gebroken!

‘We houden het niet meer!’ Een pop houdt buiten adem halt bij Teddy die uit alle macht probeert het gevecht te commanderen, staande op een omgevallen speelgoedkist. ‘Stuur de ringstaartapen en de diplodocus, het wordt tijd voor grof geschut.’ De pop knikt en rent weg op kleine ronde pootjes. Vermoeid ploft de beer neer. Boven hem beweegt het kind onrustig.

Maar lang rusten kan de Teddy niet. Alsof ze zijn vermoeidheid ruiken wordt hij al snel omringd door de Schaduwen van de Nachtmerriekoning. De beer aarzelt niet en haalt uit, een straal licht stroomt uit zijn licht gerafelde voorpoten; de schaduwen worden uitgewist. Maar hoeveel schaduwen er ook sneuvelen, hun plaats wordt steeds maar ingenomen door nieuwe, monsterlijke schaduwen. En de Nachtmerriekoning doet niets. Die kijkt toe.

Ooit was de Nachtmerriekoning de tegenpool van de Droomheer. Dat was in het begin, toen dingen nog eenvoudig waren. Naarmate mensenlevens ingewikkelder werden en hun dromen uitgebreider, groeide de macht van de Nachtmerrriekoning en was de natuurlijke balans verstoord. Sindsdien is er een oorlog gaande. Wanneer de kinderen slapen voeren hun beschermers, de knuffels, onophoudelijk strijd.

Vanaf zijn plek, staande op een hoop gevallen knuffels, kijkt de Nachtmerriekoning toe hoe de laatste knuffels dapper strijd leveren. Nog drie knuffels zijn er over. Teddy, een diplodocus en een bizon. De bizon neemt de Schaduwen op zijn gloeiende horens, terwijl de diplodocus met zijn zware poten verpletterend te werk gaat. De beer, ondertussen, heeft van een kleerhanger een wapen gefabriceerd, waarmee hij heldhaftig te werk gaat.

De Nachtmerriekoning zucht. Het duurt hem te lang. Met een geoefende souplesse glijdt hij van de heuvel gesneuvelden en schrijdt met lange passen naar waar de knuffels hun laatste krachten hebben gebundeld. Als hij vlakbij is begint hij te klappen. Zijn Schaduwen trekken zich terug. ‘Ik waardeer jullie vastberadenheid, vrienden,’ spreekt de Koning zacht, ‘maar dit is nu toch echt jullie einde. Geef op, nu het nog kan. Geef op voordat ook jullie vulling straks over de vloer verspreid ligt!’

Teddy schudt het hoofd. Als het hier moet eindigen, dan is dat maar zo. De Nachtmerriekoning heft zijn staf. Uit de punt komt een bleek, wit licht. Een licht als van TL-balken in een ziekenhuis. Als hopeloosheid een kleur had, was het deze. De beer probeert de klap van de staf op te vangen met zijn houten stok, een overblijfsel van een gebroken kleerhanger.

De botsing creëert een explosie die voor even heel de kamer in het licht hult. Als de kraalogen van Teddy weer wat gewend zijn is de hele wereld anders. De kinderkamer is verdwenen. In plaats daarvan is Teddy omringd door zijn vrienden, medeknuffels, strijdmakkers. De wind waait zachtjes, de zon schijnt op hun vacht. Teddy kijkt verbijsterd rond. Hebben ze gewonnen? Is de strijd verloren?

‘Zoveel vragen, rust eerst toch even uit!’ De teddybeer draait zich om. In een houten stoel zit een andere beer, met een bruine vacht, ronde oortjes en een blauw-witte onderbroek aan. Zijn lichaam vertoont tekenen van de tijd.
‘Wat-, wie-,’ begint Teddy.
‘De vijand is tijdelijk teruggedrongen,’ spreekt de beer vanaf zijn stoel, ‘maar de strijd is nog niet beslist.’
Dit is een klein, geheim stukje Droomland, waar de Nachtmerriekoning geen weet van heeft, zo leert Teddy. ‘Ik zal je leren hoe je de Nachtmerriekoning voor eens en voor altijd kan verslaan,’ belooft de bruine beer.

Ben je er klaar voor?

Één reactie Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s