Fictie | Samen

Het duurde slechts vijf seconden om te beseffen hoe stom hij was geweest. Haar laatste woorden galmden nog na in zijn hoofd. Nijdig draaide hij zich razendsnel om, trok de zware houten deur open en rende de straat op in de hoop haar nog tegen te kunnen houden.

Bron: Foto door Johannes Plenio (Pexels.com)

De straat was leeg. Geen auto’s, geen mensen. Zelfs de duiven die doorgaans het pleintje met een vijandige precisie bezet hielden waren er niet. Een warme wind was gaan waaien. Drukkend, onnatuurlijk beladen met emoties. Hij haalde diep adem, sloot zijn ogen en rees de lucht in. In de verte rommelde een naderend onweer.

Het begon steviger te waaien hoe dichterbij hij kwam, een losgetrokken parkeermeter miste hem op een haar na. Zijn kleren flapperden achter hem aan, terwijl hij zich vasthield aan zijn staf. Hij moest opeens terugdenken hoe ze samen aan de werktafel stonden. Zij aan zij, hij bezig met het vervaardigen van zijn staf, zij met de hare. Toen leek alles zo gemakkelijk. De wereld van de magie lag voor hen open. Alles was nog mogelijk…

Wat wiebelig -landen in een storm was nooit makkelijk- kwam hij tot stilstand aan de rand van een veld. De lucht was nu zo zwaar dat ademhalen moeilijk werd. Hij hief zijn staf op en fluisterde iets. Meteen was de wind om hem heen gaan liggen en kon hij weer normaal adem halen. Een tweede spreuk zorgde ervoor dat hij door de wolken heen haar kon vinden.

Daar stond ze, midden op het veld; het gras om haar heen was zwartgeblakerd. ‘Wynna!’ riep hij. Haar lange, rode haar sloeg om haar gezicht. Het haar, dat eerder nog in een vlecht zat, moest door de storm zijn losgemaakt. Ze keek op. ‘Wat kom je doen, Emrys?’ Haar stem echode door zijn hoofd. ‘Je had gelijk,’ antwoordde hij, ‘het spijt me.’

Ze boog het hoofd even. ‘En nu is het te laat,’ sprak ze bitter. ‘Kom je om me te stoppen?’ Wat kwam Emrys eigenlijk doen? Als het uit de hand zou lopen was hij wel genoodzaakt om haar te stoppen. Aan de andere kant… waarom was het niet zíjn woede, niet zíjn magie die deze storm veroorzaakte? Hij had toch net zo veel reden om woedend te zijn? Wat voor soort misplaatste loyaliteit aan die bende hield hem dan nog tegen?

En even was Emrys terug in de kleine kamer van hun leraar. De oude ogen moe, zijn mond bewoog, zijn handen illustreerden woorden die Emrys niet kon horen. Zijn staf leunde tegen zijn stoel, binnen handbereik. Het grote haardvuur brandde. Hier werd alles anders.

‘Nou? Kom je me tegenhouden?’ Haar stem klonk vijandig. Het schokte Emrys. Hij had haar vaak genoeg op een vijandige toon horen praten… maar nooit tegen hèm. En toen nam hij een beslissing. ‘Nee, natuurlijk niet.’ Hij zette een stap naar voren, en nog één. De storm trok uit alle macht aan hem, en werd nog fanatieker naarmate hij dichterbij kwam.

‘Ik zou je nooit tegenhouden,’ sprak Emrys, terwijl alleen zijn magie de storm tegenhield hem uit elkaar te rukken of weg te slingeren. Plotseling verminderde de druk. Wynna had haar staf in de hand en wees in Emrys’ richting. Ze had een gang gecreëerd. Snel rende hij naar haar toe. ‘Wat ben ik blij dat je er bent,’ zei ze, terwijl ze hem omhelsde.

‘Hoe gaan we het doen?’ vroeg hij. ‘Samen,’ fluisterde ze. Ze greep zijn hand en hij voelde haar magie met die van hem vermengen. Woorden kwamen in hem naar boven tot ze een ritme vonden. Het onweer werd heviger, felle bliksemschichten verlichtten het veld. De magie die uit hem stroomde deed pijn. Emrys voelde dat zijn neus was gaan bloeden. Wynna keek hem geschrokken aan. Maar de spreuken moesten doorgaan. Een bezwering vroegtijdig afbreken was rampzalig.

De pijn werd erger, maar Emrys bleef praten. Plotsklaps was er een harde klap, hij zag nog net wit licht… en toen niets.

Hij bleef maar doorgaan, zijn neus bloedde en zijn gezicht zat onder. Ook zijn linnen hemd zat onder het bloed. Hij was zo mooi, hoe hij daar stond met zijn vastberaden blik en zijn kracht. Ik glimlachte droevig. Opeens was hij omhuld door een blauw-wit licht, hij schreeuwde. Ik schreeuwde, riep zijn naam – maar langzaam maar zeker werd hij weggevaagd.

De storm was gaan liggen. Uitgeput zakte ik op mijn knieën, tranen rolden over mijn wangen. Het was mijn schuld. Emrys was weg! Terwijl het bewustzijn me verliet voelde ik hoe de wind was gaan liggen tot een aangename bries. Ik voelde Emrys om me heen, zijn magie, zijn geur. Zijn stem klonk in mijn hoofd:

‘Samen, zei je?’

2 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Jgb schreef:

    Mooi romantisch verhaal, leuk hoe je die perspectieven laat veranderen van de verteller,
    Gewoon weer knappe
    „ Daan-Short-Story“

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s