Fictie | Een Einde

Het was stil. Alle ruimtes waren leeg. Alsof er nooit iemand geweest was. Alsof er nooit gehuild was, gelachen, geschreeuwd of gezongen. Deuren stonden her en der open, alsof er zo iemand door zou kunnen lopen.

Bron: Eigen Bezit

De enige tekenen van een leven waren de afdrukken van plakband op de muur. Een vergeten stapeltje plakbriefjes, een viltstift op de grond. Een eenzame wegwerpbeker in de gootsteen. Verder was alles leeg. De verwarming stond uit, dus het vertrouwde gezoem was ook weg. De kilte van buiten had nu alle tijd om zich langzamerhand de ooit warme kamers toe te eigenen.

En ik stond daar middenin. Een rugzak om, een rolkoffer naast me. Een laatste doos met boeken onder mijn arm. De leegte deed bijna fysiek pijn. Een gat in de geschiedenis die het leven was.

[…]

Het was het laatste appartement in de rij van woningen die ik had bezocht. En bij binnenkomst wist ik: dit is het! Hoewel het gebouw niet bijzonder glorieus was -een grijs blok graniet met hier en daar rode blokken steen- was de binnenkomst anders. Dit appartement had een echte receptie. Ik voelde me als in een Amerikaanse sitcom.

Het was mijn eerste eigen appartement. Huur, overigens. Voor kopen had ik absoluut het geld niet. Maar ik had inmiddels een baan die redelijk betaalde en een spaarpotje, dus dit was de eerste keer dat mijn meubilair niet compleet uit een IKEA catalogus kwam. Ik had het zelf ingericht. Nou ja, onder toeziend oog van mijn zusje. Ze had de ruimtes die er waren zelfs in het spel The Sims nagebouwd om te kijken hoe het er uit kon zien.

Bijna acht jaar had ik er gewoond. Eerst alleen, toen met haar. Het veranderde in de loop der tijd. Filmposters werden vervangen door schilderijen en foto’s van ons, van onze vrienden. Lekker felle lampen werden op den duur vervangen door kaarsen en lichtjes – behalve in onze “studeer”kamer. Daar konden de felle lampen die ik zo fijn vond juist wel.

Langzaam aan werd mijn/ons appartementje toch te klein. Zeker toen ons dochtertje geboren werd. Een kleine raket met vuurrood haar en helder blauwe ogen. Al snel werd het duidelijk: we moesten groter.

[…]

Ik voel het vertrouwde metaal van de deurklink in mijn hand drukken. Nog één keer kijk ik om. En weer voel ik de pijn. De plek die ik jarenlang thuis heb genoemd laat ik nu achter. Jaren later zal ik met mijn kinderen door de straat rijden en zeggen: ‘Kijk, daar hebben papa en mama vroeger gewoond!’ Tegen die tijd hebben we onze nieuwe woning al lang eigen gemaakt. Dan is dat ons thuis. Ik loop de gang door, pak de lift naar beneden. Neem afscheid van de receptioniste die altijd mijn pakketjes bewaarde, en loop de straat op.

De auto staat al klaar. Ik laad de laatste spullen in, en rijd de straat uit.

Op weg naar iets nieuws. 

Één reactie Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s