Fictie | Verbranding

Hij snelde naar voren als bezeten. Alles en iedereen duwde hij zonder op of omkijken opzij. Achter zich hoorde hij glas breken en mensen vloeken, maar hij bleef zich door de massa heen vechten. Steeds dichter kwam hij bij zijn bestemming, zijn kleren vol roestbruine vlekken opdrogend bloed, zijn gezicht een puinhoop, maar zijn blik vastberaden.

Bron: Unsplash.com

In de verte hoorde hij de preek die over het schavot schalde. ‘Voor de stad, voor gerechtigheid en voor haar eigen redding, is het mijn Goddelijke taak om dit onheilige monster terug te sturen naar de hel!’ Rondom hem heen klonken opruiende kreten. ‘Heks!’ ‘Duivelshoer!’ ‘De fik erin!’ Het deed zijn bloed koken. Hij keek op naar de brandstapel en de jonge vrouw die daarop, vastgebonden aan een paal, over de massa uitkeek. En even werd hij teruggegooid in de tijd…

Ze waren jong, kinderen nog toen hij haar voor het eerst ontmoette. Hij was in de lucht aan het zwiepen met een afgebroken tak als denkbeeldig zwaard. Zij neuriede een melodie terwijl ze aan de waterkant bloemen plukte. Gekraak van een afbrekende tak zorgde dat ze struikelde en in het water terecht kwam. Haar hulpkreten bereikten hem en hij trok een sprintje langs de waterkant. De stroming had haar te pakken gekregen.
‘Pak vast!’ riep hij toen hij dichtbij genoeg was. Maar de waterkant was slipperig en al snel lag hij ook in het water. En toen gebeurde het. Hij voelde hoe een onzichtbare kracht hem uit het water tilde en op de kant zette. Toen hij omkeek zag hij het meisje druipnat op een steen staan, zijn denkbeeldige zwaard in haar hand, op hem gericht. Haar wijsvinger tegen haar lippen en haar rode haar dat door het druipende water nog donkerder leek.

Hij was nu bijna bij haar. Zijn dolk flitste, zorgde dat een man voor hem met een kreet op de grond viel. Handen probeerden hem te grijpen, maar die lieten snel weer los als hij zijn dolk het werk liet doen. Zijn voeten vonden steen: een kleine trap. Hij had het schavot bereikt. Hij hees zichzelf op aan de touwen, trappend naar mensen die hem naar achteren probeerden te trekken. Toen hij boven aan de trap was, zag hij tot zijn ontzetting dat het vuur al gretig om zich neen sloeg. Grote, donkere rookwolken stegen op.

De tweede keer dat hij haar zag, wilde ze niets met hem te maken hebben. Ze was bang dat hij haar zou verraden. Maar waarom zou hij dat doen? Ze had zijn leven gered! Technisch gezien hadden ze elkaars leven gered, maar in zijn fantasieën was hij de redder in nood. Toch gaf hij haar bloemen, als dank. En ze raakten aan de praat op momenten dat ze zich onbespied waanden. En zo groeiden ze langzaam naar haar toe. Zij liet hem magische dingen zien, hij liet haar lachen. Ze werden vrienden, later werden ze verliefd. De rest van de wereld bestond niet voor ze.

Een felle steek in zijn zij zorgde ervoor dat hij bijna viel. Iemand had een hellebaard naar hem uitgestoken. Hij duizelde, maar haar gehoest zorgde ervoor dat hij bleef doorgaan. Hij was er bijna. Zijn dolk en zijn hand waren donkerrood. De hitte sloeg hem in het gezicht. Hoe moest hij haar hier vanaf krijgen?

Aan alle kanten werd hij omringt. Hij voelde meer wonden, bloedde heviger. Maar hij bleef vechten. Zijn mes, een cadeau van haar, bleef vlijmscherp. Hij stapte op iets zachts, sponzig. Het gaf hem dat ene opstapje dat hij nodig had om op de stapel te komen. Hij voelde de hitte bezit nemen van zijn kleren. Het mes flitste door de touwen die haar vastbonden. Ze viel voorover in zijn armen. Hij had moeite met ademhalen. De pijn in zijn zij, zijn schouder en op talloze andere plekken leken te verbleken bij die van de vlammen. Hij kon niet meer ademen. Haar bewusteloze lichaam woog zwaar.

Zijn benen trilden, hij voelde hoe hij in elkaar zakte. Zijn zicht werd donkerder. De schreeuwende massa, het gulzige geknapper van het vuur en de hitte voelden steeds verder weg. En in zijn laatste momenten van bewustzijn wist hij het: hier zou hij sterven. Geen held, zoals hij vroeger fantaseerde. Maar wel iemand die altijd zijn hart volgde. En terwijl zijn laatste adem zich vermengde met de rook en het vuur zag hij zichzelf nog heel even weerkaatst in haar half geloken ogen.

Één reactie Voeg uw reactie toe

  1. Jg schreef:

    Heftig verhaal weer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s