Fictie | Utrecht

Station Utrecht Centraal, let op uw spullen en vergeet niet uit te checken…‘ De deuren van de trein glijden open en ik stap op het perron. Het ruikt er naar diesel en eten. Ik laat me meevoeren in de stroom mensen richting de roltrap.

De stationshal is, zoals altijd, druk en vol geluiden en geuren. Treintijden worden omgeroepen, muziek komt uit winkeltjes en daar tussendoor klinkt het geroezemoes van pratende mensen. Ik doe mijn oordopjes in en even later verdringt George Michael’s Careless Whisper het omgevingsgeluid. Langzaam adem ik uit en loop naar de OV-poortjes.

Ik baan me een weg door talloze mensen door Hoog Catharijne, over de voetgangersbrug en langs de Singel in aanbouw. Ik loop over de Neude, richting het Janskerkhof. De zon is gaan schijnen. Ik loop langs het Janskerkhof de Drift op. De smalle straat vol kinderkopjes ken ik goed. Jarenlang heb ik dit dagelijks gelopen. Ik volg de weg, langs groepjes studenten op de fiets of te voet.

De ingang naar de UB Binnenstad, afgeschermd door een rij stenen pilaren, staat bijna aan het einde van de Drift. Ik loop de UB binnen. De hoge, witte gang zijn koel. Er loopt beveiliging rond. De grijze tegelvloer, de witte muren en de stilte die elke bibliotheek kent, is vertrouwd. De bibliotheek heeft verschillende verdiepingen. Het gebouw, dat ooit het paleis van Lodewijk Napoleon was, mondt uit in een binnentuin. Ik volg het pad en loop het gebouw binnen waar ik vroeger colleges had. Het is nu rustig. De oude, smalle gang, met zijn glanzende witgeverfde deuren, eindigt in een zaal met een schitterend glas-in-lood plafond. Hier zit o.a. de faculteit Geesteswetenschappen en heeft de studievereniging Geschiedenis haar kamer. De geschiedenis van het gebouw en de universiteit is overal terug te zien. Ondertussen komt Howard Shore’s The Tales That Really Matter uit mijn oortjes.

Ik loop weer terug, de binnentuin weer in en door de zware deuren. Ik steek de gang over en kom uit op het binnenplein. Ook hier zitten studenten in de zon. Sommigen eten een boterham, anderen doen hun werk voor colleges. Ik groet bekenden en loop door, naar de Keizerstraat. Vanuit daar loop ik via de Kromme Nieuwegracht richting het Domplein. Daar zitten de terrassen al aardig vol. Bij Walden en Lebowski zitten bekenden op het terras. We groeten als ik langsloop.

De Dom is gedeeltelijk ingepakt en omringd door steigers. Restauratiewerkzaamheden die nog jaren kunnen duren. Ik loop onder de toren door, de Servetstraat in. Zonlicht weerkaatst in de winkelruiten en van de gevels van de oude binnenstad. Ik wandel door. Op een bankje zitten twee meisjes met een ijsje. Ze lachen  ergens om. Bij één loopt een druppel gesmolten ijs langs het horentje naar beneden.

Ik loop door tot ik de Oudegracht bereik. Over het water glijden rondvaartboten, sloepen vol mensen en af en toe een kano. Onder aan de gracht, waar de werfkelders van vroeger omgebouwd zijn tot restaurants en café’s, klinkt gejoel. Er is een sloep omgeslagen. Nat, maar met goede zin, klimmen jongens en meiden op de kant. Ik loop weer verder, de Hamburgerstraat in. Langs het Stadsarchief, de Herenstraat door. En op mijn Ipod speelt Rag’n’Bone Man – Sirens.

Aan het einde van de Herenstraat loop ik tegen Park Lepelenburg aan. Het is er leeg. Het is ook nog te fris, veel te vroeg in het jaar om zoals vroeger in groepjes rond een Albert Heijn barbecue te zitten, bier uit blikjes drinken en te kletsen. Ik blijf even staan. De wolken drijven voorbij, de wind waait en de zon schijnt. Ik loop door. Mijn iPod verzorgt de soundtrack van mijn tocht.

Ik loop terug, terug naar de Oudegracht, ik loop langs Broese, langs de Openbare Bibliotheek, weer richting de Neude. Aangekomen op de Neude wacht ik op de bus. Altijd dezelfde, lijn 74 of 77. Het is rustig in de bus. Ik ga zitten en kijk naar buiten. We rijden weer langs het Centraal Station, richting Kanaleneiland. Ik stap uit bij de halte Anne Frankplein. Eén lange weg door en ik loop bijna tegen de flat aan de Lomanlaan, één van mijn drie oude adresjes in Utrecht. Ik loop door, Park Transwijk in. Op mijn iPod speelt Earth & Fire’s Storm And Thunder.

Door het park, langs de kinderboerderij. Het ruikt er naar mest en dieren. Af en toe fietst er iemand voorbij. Als ik het park uit ben moet ik nog een drukke weg over en ik ben op het Europaplein. De grote, roodbruine flats van City Campus Max, waar ik eerst op achtste -en later op de zevende verdieping van toren twee heb gewoond. Er is veel veranderd. Er staan nu bankjes, en niet overal meer fietsen.

Ik loop naar binnen, open met de druppel aan mijn sleutelbos de schuifdeuren naar de liften. Zeven verdiepingen later open ik de tussendeur naar de verdieping, en daarna mijn eigen, groene, voordeur. Het is warm binnen. Ik gooi mijn spullen op de bank, trek mijn jas uit, zet een raam open en doe de radio aan.

Als ik mijn ogen weer open doe sta nog steeds voor de flat. Ik draai me om en loop naar de bushalte. Als ik in de bus zit kijk ik nog één keer om. Op mijn iPod klinkt Iron & Wine’s Passing Afternoon.

Het is weer tijd om te gaan.

Advertenties

Één reactie Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s