Spring naar inhoud

Fictie | Vondst

De gang was in halfduister gehuld. De houten vloer kraakte, hoe voorzichtig ik me ook bewoog. Ergens vanuit het gebouw klonk het gebonk van een stereo. Ik liep door, de huisnummers op de deuren in de gaten houdend. Ik was er bijna. 

Bron: VideoBlocks.com

Ik frunnikte aan een draadje van een handschoen. Mijn handen voelden klam aan onder het leer. In de zak van mijn jas zocht ik naar gereedschap. Aan het einde van de gang bleef ik staan en concentreerde me op de geluiden in de omgeving. De stereo bonsde nog steeds. Ergens werd een wc doorgetrokken. Ik haalde diep adem en begon mijn werk aan het slot van de deur. Na een hoop gepriegel, onderbroken door elk vreemd geluid dat ik hoorde, klonk er eindelijk een klik. De deur was open.

In tegenstelling tot alle andere geluiden in het oude pand, zwaaide de deur geruisloos naar binnen open. Behoedzaam stapte ik de drempel over en deed de deur zachtjes achter me dicht. Ik zocht naar een lichtknopje en even later baadden de ruimte en ik in het gelig licht van een oude plafondlamp. Op een tafeltje tegen de muur lag een stapeltje post. Er hing een geur die ik moeilijk thuis kon brengen.

Het moest er zijn. Hij zei dat het er zou zijn. Ik opende laatjes, rommelde door de inhoud. Nergens kon ik vinden wat ik zocht. Ik haalde me zijn beschrijving voor de geest: bruin, in leer gebonden boekje, ter grote van een iPhone, met gekleurde tabbladen. Koortsachtig ging ik door met zoeken. Ik had immers geen flauw idee wanneer de bewoners thuis zouden komen. Na twintig minuten kwam ik bij de slaapkamer. De deur stond op een kier. Met mijn schouder duwde ik hem verder open.

Ik zocht in nachtkastjes, onder het bed, onder de kussens en onder het matras. Nergens. Was ik te laat? Ik trok aan de deur van een klerenkast, maar die gaf niet mee. Na een paar flinke rukken werkte de deur eindelijk mee.

Nog steeds als ik mijn ogen sluit kan ik haar zien zitten. Bijna in zich zelf gevouwen, de kleerhangers wiegen zachtjes heen en weer. Haar blonde haar ligt in een staart op haar gebogen rug. Er zit een gat van een paar centimeter in haar voorhoofd. Haar ogen zijn open gesperd. Haar huid ziet grauw, haar mond is geopend in een stille kreet. Ik strompel naar achteren, struikel over het snoer van een lamp, stoot mijn been pijnlijk aan de hoek van een tafeltje, maar ik voel het niet. Ik moet frisse lucht hebben. Ademen! Gonst het door mijn hoofd.

Als een gek ren ik zeven verdiepingen naar beneden om buiten, met de handen op mijn knieën, mijn maaginhoud aan een struik voor te stellen. Pas wanneer ik, in een naburige kroeg, aan een tweede glas whisky toe ben denk ik eraan om de politie te bellen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: