Spring naar inhoud

Fictie | Schavot

‘…veroordeeld voor het samenspannen tegen de Kroon, het bezit van staatsgeheimen en het plannen van een aanslag.’ De man rolt het papier op en haalt diep adem. ‘De veroordeelde zal worden gehangen tot de dood er op volgt.’ De zon schijnt. Op het plein staan toeschouwers ademloos te kijken. De priester kijkt strak voor zich uit. Zweet druipt van zijn pafferig gezicht. ‘Heeft de veroordeelde nog een laatste woord?’

Bron: Haikudeck.com

Of ik nog een laatste woord heb? Ik probeer tijd te rekken. Van de priester hoef ik geen hulp te verwachten. De beul, met zijn bedekte gezicht, is ongeduldig. Ik kijk uit over de mensen. Vrouwen met kinderen. Mannen die lachen en elkaar op de schouder kloppen. Klaar voor een schouwspel. Een schouwspel waar ik de hoofdrol in heb. Vogels zingen en in de verte slaan de kerkklokken het middaguur in.

Mijn laatste woord. Het is stiller geworden op het plein. Iedereen wil blijkbaar weten wat ik te zeggen heb. Ik haal adem. Mijn arm jeukt, maar mijn handen zijn gebonden. Het hout van de galg kraakt een beetje in de wind. In het aangezicht van mijn naderende dood lijkt elke seconde een eeuwigheid te duren. Nog één keer neem ik alles in me op. De geuren van vis en vers brood en de zee. Het huilen van een baby, het blaffen van een hond. Op het randje van het podium waar ik op sta is een kat gaan zitten. Ze mauwt zachtjes en kijkt me aan.

Ik glimlach flauwtjes en recht mijn rug. Een laatste woord? Wat moet ik zeggen? Iets gevats? Iets diepzinnigs? Ik voel de ogen van de beul in mijn rug. Opeens weet ik het. Ik haal diep adem en begin te spreken. ‘Er is in ieder van ons, zelfs degenen die het meest gematigd lijken, een soort verlangen dat vreselijk, wild en wetteloos is.’ Plato. Daar moeten ze ’t maar mee doen.

Ik hoor het luik eerder onder me vandaan vallen dan dat ik het voel. Het touw spant strak om mijn keel. Pijn. In wat slechts seconden moeten zijn voel ik mezelf spartelen, toch iets van houvast zoeken. Mijn longen branden. Het wordt zwart voor mijn ogen…

Advertenties

3 Comments »

  1. er is in ieder van ons hoe gematigd ook het verlangen om te spreken als we beter zouden zwijgen, om te handelen als we beter zouden staken, om te juichen als we beter zouden jammeren. het idee dat de mens slecht is onder een dun laagje vernis van beschaving, wat vooral opgeld deed na de tweede wereldoorlog wordt de laatste tijd veel ter discussie gesteld. hierdoor ontstaat dat de mens in wezen goed zou kunnen zijn, maar zichzelf in de problemen brengt als hij zich onwezenlijkheid permitteert. ik zeg naar de galg met de onwezenlijken. liefs, olivier

  2. Oh wauw. Hoe het leven nog even mooi kan zijn als je laatste uur geteld is. Lijkt me wel verschrikkelijk als je zo aan je eind moet komen. Al weet je ’t daarna zelf niet, dat scheelt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: