Spring naar inhoud

Fictie | Things We Lose

Regen valt al uren achter elkaar uit de donkergrijze lucht. Het tikken van de druppels op de ramen is geruis op de achtergrond geworden. De korrelige stem van Leonard Cohen vult zacht de stilte. Ik zit op de bank. Om me heen staan dozen waar ik niet in wil kijken.

Bron: Starweb.co

In mijn handen houd ik een lijstje met een foto die ik niet wil zien. De muziek wil ik niet horen, maar de stilte is misschien erger. Ik heb het koud, maar ik weiger om er iets aan te doen. Op de automatische piloot open ik dozen en maak stapels. Mijn vingers glijden langs herinneringen. Souveniertjes van wat een leven geleden lijkt. Een kleine, metalen Eiffeltoren. Een Big Ben-sleutelhanger. Het Colosseum van was. En kaarten talloze niet-verstuurde ansichtkaarten van de plekken die we hebben bezocht.

In een andere doos vind ik cassettes en cd’s. Mixtapes die ik maakte toen we elkaar net kenden. Een fotoboek van een kampeertrip volgt. Bekers en medailles die jij won met zwemmen. Mijn oude polsbandjes die ik op de middelbare school niet droeg omdat ik veel sportte, maar omdat ik het stoer vond. Een stapeltje vergeelde paperbacks die onze eerste gezamenlijke kledingkast verstevigden.

Aan alles kleven herinneringen en geuren. Alles doet pijn. Elk voorwerp is een nieuwe klap dat je er niet meer bent. Dat we niet meer samen op een terras mensen kunnen bekijken en lachen om wat er allemaal voorbij komt. Dat we niets meer delen. Onze gezamenlijke herinneringen zijn de mijne geworden. Ik dwing mezelf door de dozen heen te gaan. Ik weet vaak al lang niet meer welke stapel wáár naar toe moet, maar het voelt een beetje als therapie. Elke lege doos is een nieuw afscheid.

And everybody knows that it’s now or never / Everybody knows that it’s me or you / And everybody knows that you live forever / When you’ve done a line or two” zingt Leonard Cohen. Het was één van je favoriete nummers. Automatisch herinner ik me het album (I’m Your Man) en het jaar van uitgave (1988). Mijn geboortejaar. Plotseling botsen mijn vingers op iets hards.

Het doosje ligt half onder een stapel boeken. Ik grijp naar mijn telefoon voor wat meer verlichting. Het doosje is donkerrood en rechthoekig. Er zit een knipje op, dat ik met enig gepluk van een nagel open kan krijgen. Mijn vingers trillen een beetje. In het doosje ligt een kettinkje, het zilver schittert in het licht van de zaklamp app. Aan het einde van het kettinkje zit een ring. Voorzichtig haal ik de ketting uit het doosje. De ring, een dunne gouden band met een inscriptie, ken ik maar al te goed. Het was een cadeau voor je verjaardag. Rond de tijd van de verhuizing was je hem kwijt geraakt. Overal hadden we gezocht. Zelfs op het einde had je het er nog over.

En nu ligt het plompverloren in de palm van mijn hand. Ik maak een vuist en voel hoe het kettinkje in mijn huid drukt. Voorzichtig pak ik het kettinkje vast en hang het om een fotolijstje, waaruit je me lachend aankijkt. Ik moet denken aan een zin die ik ooit gelezen heb: Things we lose have a way of coming back to us in the end, if not always in the way we expect.

Misschien is dat ook wel zo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: