Spring naar inhoud

Essay | De Ware Oorlog

•Future years will never know the seething hell and the black infernal background, the countless minor scenes and interiors of the war; and it is best they should not. The real war will never get into the books…

Walt Whitman


Bron: RD.nl

Geschreven in 2016 voor het vak Eigentijdse Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. 

Over de Eerste Wereldoorlog zijn er talloze verhalen te vertellen. Heroïsche verhalen van opoffering en strategische overwinningen, maar ook die van onmacht, verlies, honger en pijn. Om uit te vinden hoe de Grote Oorlog echt beleefd werd, moet gekeken worden naar hoe men in die tijd dacht, hoe de moraal toen was. En om daar achter te komen zijn ooggetuigenverslagen belangrijk. Ze laten meer zien dan tactische zetten, meer dan veldslagen, meer dan winst en verlies. Deze ooggetuigenverslagen geven een beeld van de oorlog zoals hij was. Naast heldendaden en strategische overwinningen zien we ook de wanhoop en de constante angst dat het morgen allemaal voorbij kan zijn.

In hoeverre zijn deze verslagen, deze bronnen, behulpzaam in het duiden van deze Grote Oorlog, die later bekend zou staan als de Eerste Wereldoorlog? Kunnen ze ons iets vertellen over de zin van deze oorlog –misschien over een eventuele schuldvraag? Of zijn ze slechts behulpzaam als sfeerimpressies? Deze vragen probeer ik te beantwoorden met behulp van een aantal bronnen, waaronder een artikel van Michael Howard: The First World War Reconsidered, Thomas Noble’s boek Civilization Beyond Boundaries en fragmenten uit Max Arthur’s Forgotten Voices of the Great War.

Laten we, om te beginnen eens kijken naar de recollectie van Alfred Irwin, Luitenant-kolonel van het Engelse Achtste East Surrey Regiment. Zijn verslag in Max Arthur’s Forgotten Voices beschrijft de sfeer aan het begin van de slag aan de Somme, in 1916, zo: “We were all very young and optimistic, and for myself, I didn’t think much about the future. I took it for granted that the wire would be cut, that we’d massacre the Boche [German] in their front line, get to our objective and then be sent to do something else the next day.”[1]

Een gevoel van optimisme dat sterk in contrast staat met een ander ooggetuigenverslag nog geen jaar later, waar bij Bombardier J. W. Palmer en Soldaat Raynor Taylor vermoeidheid en modder de boventoon voerden[2].
Van het optimisme, dat in 1916 voor de Slag aan de Somme nog ruim aanwezig was, was een jaar later weinig tot niets meer over. “…to see men sinking into the slime, dying in the slime – I think it absolutely finished me off.” zegt Palmer er over.[3]

Palmer en Taylor zijn twee ooggetuigen uit verschillende periodes in de Grote Oorlog. Zo is daar ook het verslag van Arthur Knaap, een Nederlandse vrijwilliger in het Franse Vreemdelingenlegioen. In een brief aan zijn vriendin beschrijft hij zijn leven in 1916. Hij vertelt dat, ondanks het slechte weer en de modder het gebrek aan eten, de ratten en de sporadische bombardementen en beschietingen, het “lijkt ons een paradijs, vergeleken bij de vele andere hellen, waar wij geleefd hebben.”[4]

Twee totaal verschillende kanten van de Eerste Wereldoorlog worden hier belicht. Natuurlijk zijn pessimistische, wanhopige gedachten in de loopgraven begrijpelijk. Het verliezen van je medestrijders, van veldslagen, en slecht weer doen zulke dingen met je. Er heeft in de loop van vier jaar duidelijk een omslag plaats gevonden.

Toch is een van de bekendere aspecten van de Grote Oorlog het grote enthousiasme. De oorlogsverklaring werd in het meerendeel van de deelnemende landen vreugdevol ontvangen. Men had grote verwachtingen, zoals een begin van het ‘werkelijke socialisme’ en een einde aan de burgerlijkheid.[5]
Er was ook hoop op een snel einde aan de onzekerheid en spanning die er heerste. Men was er van overtuigd dat het een snelle oorlog zou zijn.[6]

Ondanks dat optimisme vaak ver te zoeken was aan het front, bleef het algehele moreel van de soldaten toch redelijk goed. Dit kwam door afwisseling, men zat niet maandenlang achter elkaar aan het front. Ook de modder viel redelijk mee. Natuurlijk kloppen de eerder genoemde ooggetuigenverslagen, maar door het bestaan van kelders die de loopgraven verbonden, de aanwezigheid van sigaretten en het met elkaar optrekken zorgde voor een sterke groepsidentiteit. Dit zorgde ervoor dat men bleef doorvechten. Ook vaderlandsliefde speelde een grote rol. Sommige soldaten maakten op deze manier ook kennis met wat Jacco Pekelder the joy of killing noemt. Ze werden vechtmachines en hielden zich zo op de been.[7]

Om de Grote Oorlog te begrijpen moeten we ook naar de schuldvraag kijken. Door velen wordt Duitsland als enige schuldige aangewezen. Maar is dit wel zo? Volgens historicus Michael Howard’s artikel The First World War Reconsidered zijn het niet een maar twee oorlogen die in 1914 uitbreken, namelijk de ‘Eerste Duitse Oorlog’ en de ‘Derde Balkanoorlog’.[8] En aan deze oorlog was Duitsland niet direct betrokken. Er werd enkel steun geboden aan bondgenoot Oostenrijk-Hongarije. Zodoende werd hen door Rusland de oorlog verklaard. Wel is Duitsland verantwoordelijk te stellen voor de onenigheden in West-Europa. Hier stuurde Duitsland met zijn weltpolitik van Wilhelm II zelfs op aan. Hij wilde een zo groot mogelijk rijk opbouwen en meer macht vergaren, wat op zich niet enorm vreemd was in Europa voor die tijd.

Als laatste wil ik nog even stil staan bij het idee dat de Grote Oorlog ‘zinloos’ zou zijn geweest. Dat het enkel een opstapje was voor de Tweede Wereldoorlog. Howard zegt hierover dat de oorlog zeker nut heeft gehad. De Fransen hadden niet veel keus om te vechten, want hoe beter het Schlieffenplan scheen te werken, de dreiging werd steeds groter. Daar kwam bij dat de Amerikaanse en Britse troepen zich voornamelijk richtten op Duitsland, om daar een poging te doen de verspreiding het rechtsradicalisme tegen te gaan en de Duitse greep op Europa te verminderen. Hun overwinning werd gezien als een kans om democratie in Europa nog een kans te geven.[9]

Als we achteraf naar de Eerste Wereldoorlog kijken zien we toch altijd die beelden van de loopgraven, de modder en de bombardementen. Net zoals we bij de Tweede Wereldoorlogen vaak de beelden hebben van de landing op het strand van Normandië of de overvolle goederenwagons op weg naar de concentratiekampen. Deze beelden zijn belangrijk in zoverre dat ze de oorlog levend houden. Ook ooggetuigenverslagen zorgen er voor dat een oorlog niet simpel politiek en strategie is.

Was de Eerste Wereldoorlog zinloos? Misschien. Het idee om democratie in Europa te herstellen hield immers nog geen twintig jaar stand. Aan de andere kant zeg je, wanneer je beweert dat de oorlog zinloos was, meteen duizenden mensen aan de kant die hun leven gegeven hebben. Aan welke kant ze dan ook stonden.
Uiteindelijk denk ik dat de ingreep van Amerika en Engeland enkel een uitstel van executie is geweest. Er was een relatieve vrede. En die wankele vrede had weinig nodig om te breken. Het ‘rustmomentje’ tussen de twee Wereldoorlogen in zou voor Duitsland een opstap naar een Totale Oorlog worden.


[1]Arthur (ed.), Forgotten Voices of the Great War. A New History of WWI in the Words of the Men and Women Who Were There (London 2003), 154.

[2] Arthur, Forgotten Voices, 235-236

[3] Ibidem

[5]Noble e.a., Western Civilization Beyond Boundaries, 2008, 696.

[6]M. Howard, ‘The First World War Reconsidered’, in: J. Winter, G. Parker en M. Haberk (ed.), The Great War and the Twentieth Century, 2000, 19.

[7]Hoorcollege Jacco Pekelder, ‘De Eerste Wereldoorlog en Haar Gevolgen’,
 10 november, 2014

[8]Howard, ‘First World War Reconsidered’, 18.

[9] Ibidem, 25.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: