Skip to content

Fictie | Zonderling

Hij werd altijd met de neus aangekeken. Achter zijn rug om werd vol spot en minachting over hem gesproken. Hij was anders. Had geen baan in de fabriek of op het land, maar zat altijd met zijn neus in de boeken. En wat had je daar nu aan?

Bron: Tumblr.com

Overal waar hij kwam had hij dat notitieblok van hem bij zich. In de kroeg zat hij altijd in een hoekje te schrijven, met een kaars als enige lichtbron. Hij deed niet mee met de andere mannen. Hij bralde nooit, vertelde nooit schunnige moppen -hij was nooit dronken. Hij zat daar maar in die hoek en schreef alles op wat hij hoorde en zag.

Kinderen renden hem lachend na als hij in gedachten verzonken over straat liep. Het deed hem niets. De kortzichtige meningen van anderen gingen langs hem heen. In een fabriek of op het land zou hij afgestompt raken. Alcohol dronk hij thuis, alleen. Onder het genot van een biertje of, later op de avond, een glas whiskey. Hij had de drang om erbij te horen lang geleden opgegeven en de realiteit beschouwde hij vaak als absurd. Gekker dan alles wat hij zou kunnen verzinnen.

En dat was veel. Uit zijn pen kwamen de gekste dingen; magische mysteries of gedurfde gedichten, romantische verhalen of avonturen vol zwaardgevechten en dappere helden en heldinnen. Op papier was hij vrij. Vrij om zijn waarnemingen op papier te zetten. Om aan te dikken of juist te verdraaien. Vaak was het al laat wanneer hij uiteindelijk zijn lamp uitdraaide en zijn bed opzocht.

Men vond hem een zonderlinge gek -en daar lachte hij om. Hij schreef omdat hij daardoor absolute vrijheid genoot. Zijn enige meester was zijn ziel. De enige grenzen die hij had waren die van zijn fantasie -en fantasie is, als je ‘m genoeg traint, grenzeloos. Dus zat hij, tot ongenoegen van zijn dorpsgenoten, op elk moment van de dag te schrijven of te lezen.

Naar de kerk ging hij niet, eveneens tot afgrijzen van zijn dorpsbewoners. Als men hem vroeg waarom hij ketterde lachte hij smalend. God, in welke vorm of naam, bestond immers niet! Die gedachtengang zorgde voor nog meer haat jegens de schrijver. Niet alleen vanuit het dorp, maar ook de elite, de landheren en geestelijken die hij met scherpe tong fileerde middels zelf gedrukte pamfletten.

Ooit was er een dappere ziel die vroeg waarom hij zich zo afzonderde, waarom hij zichzelf moedwillig buiten de maatschappij plaatste met zijn boeken en zijn wetenschap. Dan antwoordde hij, na diep nadenken, met donkere stem: ‘Boeken zijn de stilste en meest constante vrienden; zij zijn de meest toegankelijke en meest wijze raadgevers en de meest geduldige leraren.
En dan doopte hij zijn kroontjespen in de inkt en sloot zich weer af van de realiteit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: