Fictie | Vlucht

De ruimte is donker. Kleine lampen in het plafond geven een oranje gloed. Een haardvuur, in het midden van de kamer, knettert af en toe. Gesprekken, getik van bestek op borden en zachte jazzmuziek mengen zich tot een haast hypnotiserend geheel.

Bron: BostonMagazine.com

Het eten is er goed. Veel wild. We zwijgen. In haar brillenglazen wordt het vlammenspel in de haard weerspiegeld. Ze ziet er mooi uit. Haar gezicht heeft wat meer rimpels en ze lacht niet meer zo snel, maar verder ziet ze er geweldig uit. Ze neemt een slok wijn. En zucht.
‘Ik moet toegeven, dit is een aardige tent, maar waar wilde je me over spreken?’ Straight to the point. Ze kijkt me verwachtingsvol aan. Ik zoek naar woorden.
Om tijd te winnen neem ik snel nog een hap. ‘Ik eh-,’ zeg ik voorzichtig, als mijn mond leeg is, ‘ik ga een tijdje weg.’Ze zegt niets. Kijkt even naar me en richt zich dan weer op haar eten. ‘Weg?’ vraagt ze uiteindelijk.
‘Ik wil iets anders. Overal waar ik kom word ik eraan herinnerd. Ik wil even rust.’ Ik buig mijn hoofd en mijn haar valt voor mijn ogen. Ik pulk wat aan het witte servet.
Uiteindelijk legt ze haar bestek neer. ‘Waar ga je naar toe?’

‘Ik weet het nog niet. Buitenland. Australië, Nieuw-Zeeland misschien.’
Ze leunt iets achterover. ‘Met andere woorden: zo ver mogelijk hier vandaan.’
‘Zo zou je het kunnen zeggen.’ Een ober komt vragen of alles naar wens is. Natuurlijk niet. Maar dat heeft niets met het eten te maken.
‘Wanneer ga je?’

‘Over een eind van de maand, als ik alles geregeld krijg.’
Ze snuift en schudt haar hoofd. ‘Je laat er geen gras over groeien.’
‘Sorry. Ik had het je misschien eerder moeten laten weten.’
Ze lacht, kort en hard. ‘Zou je denken?’

‘Hoor eens, ik heb geprobeerd door te gaan. Mijn leven te hervatten. Het ging niet. Overal waar ik kwam zag ik haar. En thuis was het nog erger. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet iets vind dat me aan haar doet denken.’
‘En dan vlucht je maar naar een ander continent, zonder dat met ook maar iemand te bespreken?’ Ik zeg niks.
‘Verdomme, Peter! Ze was ook mijn dochter! Ik mis haar ook!’

‘Waarom wil je zo graag weg?’ vraagt ze na een stilte die misschien maar een paar tellen is, maar voelt als een uur.
‘Omdat ik het zat ben om voor anderen te leven.’ Het hoge woord is er uit.
Ze knippert met haar ogen. ‘Wat?’
‘Ik heb nooit de tijd gehad om alles te- te verwerken. Ik was altijd bezig. Met werk, met zorgen dat het met jou goed ging. Ik ben uiteindelijk met een psycholoog gaan praten.’

Onze borden worden weggehaald. Of we nog een dessert willen. Ik vraag wat voor whisky ze hebben.
Zodra de ober een glas Glenfarclas voor me zet neem ik een (te) grote slok. Het vocht brandt in mijn keel. Ik moet hoesten.
‘Hoe lang blijf je weg?’ Ze klemt een kop koffie tussen haar handen alsof ze alle warmte probeert op te nemen.

‘Een jaar, misschien twee. Ik kan daar gewoon werken.’ Ze knikt langzaam. We zijn beiden stil. Ironisch genoeg zingt Tony Bennett I want to be around. De stilte duurt voort tot we ons drinken op hebben. We staan op, loopt naar de kassa en betalen ieder ons deel. Voordat ze in de nacht verdwijnt draait ze zich nog één keer om en zegt zacht: ‘Het ga je goed.’

Advertenties

Een Reactie op “Fictie | Vlucht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s