Fictie | Vijf

Regen slaat tegen de ramen met een ongekende agressie. Het leek wel alsof we hetzelfde verlangen hebben, het weer en ik: alles vergeten. Die hele afgelopen vierentwintig uur wegspoelen. Want dit kan niet. Het is niet waar. Het is niet eerlijk!

Bron: GoodMenProject.com

Het is stil. Ik ben alleen. Ik hoor mijn bloed door mijn oren suizen, zo hard dat het geraas van verkeer haast verdrongen wordt. Ik knijp mijn ogen dicht. Het ijskoude gevoel van de naakte feiten hebben plaats gemaakt voor een kolkende, kokende massa in mijn binnenste. En het moet er uit. Ik moet er uit! Ik wil ademen, ik wil frisse lucht. Ik wil natgeregend worden tot op het kleinste draadje in mijn kleren. Ik wil schreeuwen tot mijn stem weg is. Alles behalve dit! Opeens kom ik er achter  hoe mijn nagels de huid van mijn gebalde hand tot bloedens toe doorboord hebben. 

Een uur later zit ik als bezeten achter mijn laptop te klikken en te zoeken. Andere opties. Mogelijkheden die ze over het hoofd zijn gezien. Misschien iets in het buitenland? Artikel na artikel komt voorbij. Elke kop geeft weer een vonkje nieuwe hoop, maar eindigt altijd steevast in teleurstelling. Het is te laat, het is te ver, het is te duur – en wat dan? Wéér wekenlang in onzekerheid in een vreemd land met vreemde dokters en andere namen voor medicijnen; een compleet andere wereld dan het ziekenhuiswereldje waarin ik nu al bijna twee jaar rondzwerf.

Nee. Het is goed zo. Als ze hier kunnen regelen dat ik zo min mogelijk pijn heb, wil ik de tijd die over is gebruiken voor de leuke dingen. Een vakantie, misschien. Maakt niet uit waarheen, zolang we gewoon maar met zijn allen zijn en plezier hebben. Bang ben ik niet. Nooit geweest, trouwens. Ik moet er alleen niet aan denken om haar te moeten missen. Haar lach, haar geur, haar lichaam -maar vooral haar humor en hoe ze overal wel een lichtpuntje in kan zien. Ik hoop dat ik dat niet van haar heb afgepakt.

Ik zucht en probeer nog wat te slapen voordat ik de anderen onder ogen moet komen. Dan voel ik iets kraken onder mijn hoofd. Half weggestopt onder mijn kussen zit een blauw-wit foldertje, waarop met dikke zwarte letters op gedrukt staat: VIJF STADIA VAN ROUW – Omgaan met verlies. Ik moet lachen. Wat er de afgelopen paar uur door mijn hoofd heeft gespookt nog eens in een foldertje voorbij te zien komen, is pure ironie. En daar houd ik van. Met een wrange grijns op mijn gezicht val ik in slaap.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s