Fictie | Vrijheid

De eens zo gezellige, warme ruimte voelt kil aan. Alles is bedekt met een dikke laag stof. In het zwakke TL-licht dansen nog meer stofdeeltjes. Wind waait door het kapotte raam naar binnen.

Bron: Shutterstock.com

Het is zo anders, zo… doods. De stoelen rond de tafel zijn stuk voor stuk in een vergaande staat van verval. Op de grond ligt servies, glas en papieren. Er gaat een golf van afschuw door me heen als ik terugdenk aan hoe het er vroeger uit zag, toen we nog met z’n allen waren en wekelijks diners en filmavonden hadden. Voor dat alles mis ging.

Als in een roes loop ik door de woning. De grote schuifdeuren naar de woonkamer zijn weg. Eén hangt nog tegen een muur aan, de andere is nergens te bekennen. In de woonkamer ligt de leunstoel, waar vader altijd in zat, ondersteboven. Met wat moeite en een hoop opstuivend stof zet ik de stoel recht. Bijna struikel ik over een stapel boeken die in een wirwar onder aan de boekenkast liggen. Ik buk me en pak het bovenste boek op: een in leer gebonden exemplaar van Dante Alighieri’s Inferno, het eerste deel van zijn Goddelijke Komedie. Haast eerbiedig zet ik het boek terug in de kast.

Dan valt mijn blik op de open haard en even zie ik hem weer in zijn glorie: marmer, met een groot, knapperend vuur er in. Maar nu ligt er enkel rommel in. Met mijn voet duw ik wat rottend hout voor de haard weg – en dan stokt mijn adem in mijn keel. Zweet verschijnt op mijn voorhoofd. Mijn handen trillen als ik een zwart granieten beeldje tussen het puin vandaan gris.

Het is een meisje, ze danst. Haar arm is uitgestrekt naar de rest van het beeldje, dat er niet meer aan zit. Het was van mijn zusje geweest. Met tranen in mijn ogen laat ik me in de leunstoel vallen, het beeldje in mijn hand geklemd. Ik ben alleen, onvoltooid, gebroken. Net als het beeldje. Ik zie haar gezicht weer voor me, de angst toen we gescheiden werden. Hoe ze mijn naam riep en ik haar niet kon antwoorden. Ik knijp mijn ogen dicht, kleuren bewegen zich achter mijn oogleden, totdat het helemaal zwart wordt.

Ik weet niet hoe lang ik zo gezeten heb, maar opeens hoor ik muziek. Moeizaam sta ik op en loop naar de voorkamer. Het is druk op straat. Er wordt gezongen, met vlaggen gezwaaid en geüniformeerde mannen in jeeps delen chocolade en sigaretten uit. Het is afgelopen, de bevrijder rijdt door de straten. In mijn hoofd ben ik echter meer dan ooit gevangen in het verleden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s