Fictie | In The Future

Stoom ontsnapte uit roosters in de grond. Mensen liepen gehaast langs elkaar heen door het donker. Boven zoefde haast geruisloos een trein als een zilveren slang. Talloze lichtgevende reclameborden zorgden ervoor dat de nacht haast geen betekenis meer had. Een neutrale vrouwenstem maakte duidelijk dat het over precies drie minuten en zesentwintig seconden zou gaan regenen. In een donkere steeg verscheen uit het niets een felblauw licht.

Bron: Artstation.com

Uit het licht stapte een man in een bruin-leren jack. Hij stopte een zilveren zakhorloge in zijn binnenzak en zette zijn bril recht. Hij ademde diep in en uit en begon te lopen. Zijn handen waren diep in de zakken van zijn jack gestoken. Hij trok de capuchon van het vest dat hij onder zijn jack aan had over zijn hoofd en deed een poging om zo onopvallend mogelijk in de massa te verdwijnen.

Het was niet zijn eerste keer in de toekomst, of beter gezegd, zijn verleden. Zelfs niet de eerste keer in deze stad. Het zou wel zijn laatste keer zijn, daar was hij inmiddels van overtuigd. De laatste poging om geschiedenis te veranderen. Hij baande zich een weg door de massa, en ging daarbij steeds sneller lopen. Met lange, vastberaden stappen begaf hij zich naar zijn bestemming.

Een druk kruispunt. Auto’s zoefden geruisloos langs elkaar heen. Regendruppels lichtten op in de blauw schijnende zebrapaden. Hij baande zich een weg door een groepje druk pratende mannen en hield halt bij het stoplicht. Daar bleef hij staan. Zijn capuchon was doorweekt. Hij leunde op een paaltje. Zijn gezicht stond strak van de spanning. Hij wachtte. In zijn jack tikte het zakhorloge door. Het trilde zachtjes, alsof het zich er van bewust was dat de tijd bijna op was.

Zijn adem trilde toen hij uitademde. Zijn blik viel op een jonge vrouw die de straat op rende, achter een gele paraplu aan. Hij zette zich af en kwam vlug in beweging. Zijn benen bewogen zich automatisch, hij bereikte de jonge vrouw en trok haar terug de stoep op. Hij keek in haar ogen, zag haar verwildering, raapte alle moed van de wereld bij elkaar en liep het voorbijrazende verkeer in.

Het was de enige juiste oplossing. Hoe vaak was hij teruggegaan om haar te redden en was ze alsnog omgekomen? Zo gemakkelijk kon je niet met tijd omgaan. Na een vijfde poging kwam hij tot de conclusie: de tijd eist een offer. Hij glimlachte voor hij het bewustzijn verloor. Hij had haar zijn tijd gegeven, alle dagen van zijn leven. In de chaos merkte niemand het felblauwe licht van het zakhorloge dat onder het leren jack van de vreemde vandaan kwam.

Jaren later.
Een oude vrouw zit in een schommelstoel te doezelen in de late avondzon. Haar kleindochter speelt in de tuin. Om haar hals hangt een onschuldig uitziend, zilveren klokje, verborgen achter een rijk versierd deurtje. Het meisje had het klokje gevonden in een laatje op zolder. In het avondlicht leek het alsof er een blauwe gloed van het klokje kwam. De oude vrouw knippert met haar ogen en de gloed is weg. Ze zal het zich wel verbeeld hebben…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s